Het risico van een lang leven…

Het risico van een lang leven, wellicht wekt het bij u een kleine frons op uw voorhoofd op, maar het is een gangbaar begrip in de pensioenwereld. Op het moment dat u (of een medewerker van uw bedrijf) langer leeft dan vooraf ingeschat, betekent dit dat er meer geld nodig is dan is opgebouwd. Het langlevenrisico wordt in veel situaties gedragen door het pensioenfonds of de verzekeringsmaatschappij. Als de oudedagvoorziening niet is ondergebracht bij een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij, draagt u zelf het langlevenrisico. En u moet er toch niet aan denken dat u aan het eind van uw geld nog een stuk leven overhoudt….

Deze nieuwsbrief staat in het teken van uw inkomsten vanaf de pensioendatum

Eerste pijler: de overheid

De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een overheidsvoorziening. Iedereen die in Nederland woont of werkt bouwt per jaar 2% AOW op. Na 50 jaar heeft iemand recht op een volledige uitkering. Mocht iemand gedurende deze 50 jaar een aantal jaar in het buitenland wonen en werken, ontvangt diegene dus een lagere AOW-uitkering.

Voorheen kreeg iemand die 65 jaar was geworden AOW, maar de AOW-leeftijd gaat in stappen omhoog naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. In 2022 is de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. In 2023 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. Elk jaar bepaald de overheid op basis van de levensverwachting van de Nederlandse bevolking of de AOW-leeftijd wordt verhoogd. Dit moet vijf jaar van tevoren worden gemeld, zodat mensen tijdig geïnformeerd zijn. De verwachting is dat de AOW-leeftijd nog verder zal stijgen.

Voor 2018 bedraagt een AOW-uitkering voor een alleenstaande € 14.638,00 bruto per jaar. Partners en samenwonenden ontvangen € 10.008,00 per persoon. Als beide partners de AOW-leeftijd hebben bereikt is de AOW € 20.016,00 per jaar. Deze bedragen worden elk jaar geïndexeerd.

De tweede pijler: het werknemerspensioen

Dit pensioen is geregeld door de werkgever voor de werknemer en is een aanvulling op de AOW-uitkering. Dat is waarom de AOW-franchise verplicht is bij pensioenopbouw via de werkgever. De AOW-franchise is het gedeelte van het loon waarover geen pensioen mag worden opgebouwd. Deze franchise wordt door de overheid vastgesteld met een minimum bedrag maar er is geen maximum.

Voor een groot deel van de beroepsbevolking is pensioen geregeld via pensioenfonds vanuit CAO-verplichting. Over het algemeen wordt daarin aanzienlijk pensioen opgebouwd, maar is de premie ook hoog. Er zijn ook sectoren waar deze verplichting niet voor geldt, deze werkgevers mogen zelf kiezen of zij pensioen aanbieden aan hun werknemers en zo ja op welke niveau en in welke vorm.

Voor de werknemers kan het veel verschil maken of het pensioen gegarandeerd is of niet en of de pensioenopbouw een slecht, matig of goed niveau kent. Het is belangrijk dat werknemers bewust zijn van de situatie die voor hen van toepassing is. Over het algemeen wordt aangenomen dat 70% van het laatstverdiende salaris na de pensioendatum voldoende is. Deze 70% is gebaseerd op de lagere belastingtarieven die van toepassing zijn na de AOW-leeftijd waardoor er netto meer overblijft van een lager bruto inkomen. Dit percentage is een zeer algemeen percentage. Het is sterk afhankelijk van de persoonlijke situatie hoeveel inkomen na pensioendatum daadwerkelijk nodig is. Het maakt natuurlijk een groot verschil of de huidige woonlasten nog van toepassing zijn of dat de hypotheek afbetaald is.

Als het inkomen uit de AOW en pensioen van de werkgever niet toereikend is voor een prettige oudedag, is het mogelijk om zelf voorzieningen te treffen.

Derde pijler: privé voorzieningen

In de derde pijler kan vrijwillig een inkomensvoorziening getroffen worden. Een van de mogelijkheden is sparen op een spaarrekening of beleggingsrekening. Over het saldo wordt dan vermogensrendementsheffing in box 3 betaald (tot € 30.000,00 belastingvrij, bij fiscale partners is dit € 60.000,00). Er zijn echter ook mogelijkheden om de vermogensrendementsheffing in box 3 te mijden. Dit kan middels lijfrente. Bij een bank heet dit product banksparen en bij een verzekeringsmaatschappij heet dit een lijfrenteverzekering. Bij lijfrente is de omkeerregel van toepassing: de premie-inleg is aftrekbaar in box 1, maar de uitkering is belast. Onderstaand de verschillen tussen banksparen en een lijfrenteverzekering.

Om te bepalen of uw inkomen voldoende is voor uw oudedag, is het belangrijk om inzichtelijk te maken wat uw verwachte inkomen is t.o.v. verwachte lasten. Op www.mijnpensioenoverzicht.nl vindt u een overzicht van verschillende werkgevers waar pensioen is opgebouwd en wat de verwachtte uitkering wordt. Dit is een goed startpunt om inzicht te krijgen in uw inkomsten bij een lang leven.

De volgende nieuwbrief staat in het teken van het inkomen bij overlijden.